Het perfecte thuisnetwerk deel I

      Geen reacties op Het perfecte thuisnetwerk deel I

Voor veel gezinnen neemt de wens toe om Internet, bestanden, muziek en films met de andere gezinsleden te delen. Zo’n thuisnetwerk kun je op verschillende manieren inrichten waarbij de minimale variant bestaat uit het inpluggen van de modem die je van je Internet provider in bruikleen gekregen hebt. De bestanden die je vervolgens wil delen slinger je gewoon op Dropbox of een andere Clouddienst en klaar ben je. Althans, dat hoop je…

Opslag in de Cloud heeft echter nadelen die lang niet bij iedereen bekend zijn:

  • Beperkte opslagcapaciteit
  • De leverancier wordt mede-eigenaar van jouw gegevens
  • De leverancier kan ineens de functionaliteit veranderen
  • Bij een faillissement ben jij je gegevens kwijt
  • Bij een storing is er geen enkele manier om nog bij je gegevens te komen
  • Niet alle besturingssystemen worden door iedere Cloudleverancier ondersteunt

Randvoorwaarde om gebruik te kunnen gaan maken van een clouddienst is dus dat je toch zorgt voor een plek thuis om je gegevens op te slaan. En omdat een gemiddeld huishouden steeds meer apparaten krijgt waarmee bestanden opgeslagen kunnen worden, ligt het voor de hand dat die plek thuis centraal via het netwerk beschikbaar komt. 

Tot zover de reden achter een thuisnetwerk. 

Nu hoor ik je bijna denken: “ok Twan, je hebt me overtuigd maar netwerken zijn vreselijk complex. Vooral voor een digibeet als ik”. Dat is precies de reden om dit document te schrijven. Het is nl. minder complex dan menigeen denkt zolang je maar de slimme spullen koopt en deze inricht volgens een paar simpele spelregels. Met dit stukje tekst hoop ik je daarbij te kunnen helpen:

Laten we beginnen met de uitleg van een paar termen zodat ik deze straks ongestraft in dit document kan gebruiken. Deze uitleg probeer ik zoveel mogelijk in “mensentaal” te geven. De echte techneuten zullen wellicht drie keer achter hun oren krabben met een bepaalde uitleg maar die maken geen deel uit van de doelgroep.

Netwerk:

Vanaf het moment dat 2 computers met elkaar verbonden zijn en gegevens uit kunnen wisselen spreken we van een netwerk. 

LAN:

Dit is de eenvoudigste vorm van een netwerk nl. een Local Area Network. Hierbij zijn de computers rechtstreeks binnen een gebouw met elkaar verbonden. 

WAN:

De moeilijke variant van een netwerk is een Wide Area Network. Hierbij worden computers of computernetwerken aan elkaar gekoppeld die niet in hetzelfde gebouw staan. Het mooiste voorbeeld van een WAN is Internet. Dit is immers een enorm netwerk waarin alle computers via verschillende Internet providers aan elkaar gekoppeld zijn en ook gegevens met elkaar kunnen uitwisselen.

Ethernet:

Om computers met elkaar te laten praten moeten ze aan elkaar verbonden zijn. Dit kan via een touwtje (netwerkkabel) of draadloos. Als je computers met een touwtje aan elkaar knoopt spreken we over ethernet. Een draadloze verbinding heet Wireless of Wlan

Switch:

Als je meer dan 2 computers met elkaar wil laten praten heb je een switch nodig. Dit is een verdeelkastje waarop meerdere computers aangesloten kunnen worden. 

Router:

Een router is (de naam zegt het al) een apparaat waarmee gerouteerd kan worden. In de routerconfiguratie zal ik daar dieper op in gaan. Belangrijkste wat je voor dit moment moet onthouden is dat een router 2 verschillende netwerken met elkaar kan verbinden. Dat is nodig als je bijvoorbeeld je LAN met het Internet wil verbinden.

Modem: 

Dit is het kastje dat je van je provider krijgt waarmee je een Internet verbinding kunt leggen. Je modem heeft meestal ook gelijktijdig een routerfunctie en kan ook als switch fungeren. Daarnaast biedt een modem ook vaak de mogelijkheid om draadloos een verbinding te maken. Deze apparaten worden door je provider in bruikleen gegeven en hebben vaak niet de hoogste kwaliteit en functionaliteit.

IP-adres: 

Iedere computer die een verbinding met een netwerk legt, dient daarvoor een uniek nummer te gebruiken. Meestal krijgt de computer dit nummer automatisch van een computer die nummers uitdeelt. Soms kan het echter handig zijn om bepaalde computers een vast nummer te geven zodat die computer altijd op dat nummer gevonden kan worden. In de configuratie van je netwerk zullen IP adressen uitgebreid aan bod komen. 

DHCP server: 

Een apparaat in je netwerk dat automatisch IP adressen uitdeelt aan computers die aan het netwerk verbonden zijn. Meestal fungeert je modem of router als DHCP server.

Server:

Dit is een centrale computer die diensten aanbiedt aan andere computers. Deze diensten kunnen bestaan uit het leveren van Internettoegang, het delen van bestanden en printers, het tonen van webpagina’s, het centraal aanbieden van films en muziek etc.

Het concept:

Als het goed is kan ik nu ongestraft een aantal termen gebruiken zonder dat jij als lezer afhaakt. Dan nu naar het concept dat gehanteerd is:

Voor het aan elkaar knopen van 2 computers heb je niet zoveel nodig. Je koppelt de computers aan elkaar en je hebt in principe je netwerk gereed. In de introductie schreef ik echter al dat we met dat netwerk nog veel meer willen. Namelijk via een centrale plek toegang bieden tot Internet, bestanden, video’s, muziek etc. In onderstaand schematisch plaatje vind je een overzicht van hoe dat bij ons thuis is geregeld. Laat je niet afschrikken door het aantal componenten. Belangrijkste hierin is het idee erachter en de inrichting die hiervoor gekozen is.

Hiernaast zie je een schematische weergave van ons netwerk thuis. De apparatuur die gebruik maakt van dit netwerk is enigszins overdreven maar de basisapparatuur is op ieder thuisnetwerk toepasbaar. 






{simplepopup link=”Networkimage”}Klik hier voor een grotere afbeelding{/simplepopup}

{simplepopup name=”Networkimage”}{/simplepopup}
Benodigdheden

Voor de basis functionaliteit heb je het volgende nodig:

  • Internet verbinding (modem)
  • Router (is in de regel ook gelijktijdig een switch)
  • Server

De Internet verbinding:

Je Internet verbinding is de bepalende factor voor de uiteindelijke Internet snelheid van al je apparaten. Daarnaast is je Internet verbinding de deur van je eigen netwerk naar het grote boze Internet en weer terug. Hiermee bedoel ik dat de kans bestaat dat je, na het lezen van dit document, heel anders gaat denken over je Internet abonnement en daar ook andere eisen aan gaat stellen. Afhankelijk van het type Internet verbinding is het bijvoorbeeld mogelijk om je server van buitenaf te benaderen. Op die manier kun je altijd en overal bij je bestanden, muziek en foto’s.

Aandachtspunten bij het afsluiten van een Internet abonnement:

  • Snelheid; je kunt tegenwoordig vaak kiezen tussen kabel, ADSL en glasvezel. Let bij de specificaties goed op de snelheidsverschillen tussen up- en downstream. Vooral bij ADSL verbinding ligt de upstream een factor x lager dan de downstream. Normaalgesproken is dat verschil niet zo belangrijk maar als je ook van buitenaf bij je bestanden wil kunnen gaat dat een grote rol spelen. De upstream is nl. de snelheid waarmee je gegevens naar het Internet kunt versturen. Als je thuis bent zul je vooral gegevens binnenhalen waardoor vooral de downstream relevant is.
  • Vast IP adres; Er zijn enkele aanbieders die een vast IP adres beschikbaar stellen aan abonnees. Een vast IP adres betekent dat je op Internet altijd op hetzelfde rugnummer te vinden bent. Dankzij dat vaste nummer kun je dat nummer ook laten verbinden aan een naam. Zo is het domein (de naam dus) intra.twan.info gekoppeld aan IP adres 87.211.213.156

Ook zonder vast IP adres kun je er voor zorgen dat je server via Internet te vinden is maar dat kost wat meer moeite. Daarover later meer.

De Router:

Zoals in de verklarende woordenlijst is aangegeven is de router een apparaat waarvan de naam voor zich spreekt: Het routeren van gegevens tussen 2 verschillende netwerken. De meeste routers combineren deze functionaliteit met een draadloos netwerk zodat je voor een bedrag tussen € 50,- en € 100,- helemaal klaar bent. Het belangrijkste waar je op moet letten bij de aanschaf van een router is de mogelijkheid om binnenkomende verbindingen door te kunnen sturen (port forwarding). Voorbeeld: Je bent op je werk en wil via de computer van je werk een bestandje thuis opzoeken. Hiervoor leg je een verbinding met je netwerk thuis waarvoor het noodzakelijk is dat die verbinding ook doorgestuurd wordt naar de computer waarop je bestanden staan. Dat lukt alleen wanneer de router ook de instructie heeft gekregen om alle verzoekjes door te sturen naar een specifieke computer of server.

Een Server:

Zonder centrale plek waarop je bestanden opgeslagen zijn, wordt het erg lastig om deze ook weer via allerlei apparaten te benaderen. Vroeger kon je hiervoor een stevige pc inrichten en bestands- en printerdeling inschakelen. Op zich kan dat nog steeds maar het is niet de meest groene oplossing die je kunt inzetten voor dit doel. Een gemiddelde pc heeft een 300 watt voeding die voor bepaalde servertaken ook volledig belast wordt. Dat zijn 6 zware gloeilampen die je 24 uur per dag laat branden. Daarnaast ben je dan een goede pc kwijt tenzij je naast bestandsdeling ook andere dingen met die pc wil doen. Maar dan heb je weer de beveiligingsrisico’s die gepaard gaan met de installatie van extra programma’s op je “Server”. Daarom heb ik gekozen voor een NAS (Network Attached Storage) van Synology (http://www.synology.com). Dit product voldoet letterlijk aan alle eisen die ik stel terwijl mijn eisen best hoog liggen voor een thuisgebruiker. Met name de betrouwbaarheid en de combinatie van hardware (het kastje) en software maken dit product nauwelijks te overtreffen. Als je meer wil weten van de software op een NAS van Synology kun je deze link bezoeken: http://www.synology.com/dsm/dsm_for_home.php?lang=nld

In het volgende deel ga ik dieper in op de inrichting van het netwerk dus blijf kijken!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *